Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog
Aanmelden
Laatst gewijzigd op 3-10-2012 14:09 door i:0#.f|infopuntleden|dulk.b

Applicatieve functies

Inleiding

Het definiëren van applicatieve functies is één van de eerste stappen bij het opstellen van een informatiearchitectuur. De meeste veiligheidsregio’s hebben nu een applicatielandschap met een zogenaamde ‘spaghettistructuur’. Op organische wijze zijn er steeds meer applicaties in gebruik genomen zonder dat is gekeken naar een logisch verband met het gebruik ervan binnen een specifiek toepassingsgebied overeenkomstig een bedrijfsfunctie. Met name bij de regionalisering ontstaan er dubbelingen in functionaliteit omdat individuele korpsen ieder hun eigen systemen hebben waarmee een applicatieve functie wordt ingevuld. Bovendien is er in dit proces vaak slechts in beperkte mate gekeken naar hergebruik van generieke functionaliteit en het generiek ter beschikking stellen van gegevens.

De kracht van het benoemen van applicatieve functies ligt in de ontvlechting van de verschillende bedrijfsfuncties en is daarmee de basis voor eenduidig gebruik van functionaliteit, één van de inrichtingsprincipes van de NORA. Ook ligt dit aan de basis van een ander inrichtingsprincipe van zowel de NORA als het IBV, namelijk het hergebruik van gegevens.

Een applicatielandschap geeft aan op welke wijze een applicatieve functie wordt ingevuld en welke relaties er tussen applicatieve functies zijn. Een applicatieve functie verbeeldt een samenhangende set functionaliteit die geleverd dient te worden. Een informatiesysteem (softwarepakket / applicatie) bevat uiteindelijk één of meerdere applicatieve functies. Iedere veiligheidsregio kan eigen informatiesystemen aanschaffen (zelf ontwikkelen of aankopen) om invulling te geven aan deze applicatieve functies. Applicatieve functies zeggen niet welke informatiesystemen een veiligheidsregio moet aanschaffen, maar wel welke functionaliteit via (delen van) informatiesystemen aanwezig moet zijn. Doordat op deze manier het applicatielandschap wordt ingericht, is het eenvoudiger om per bedrijfsfunctie de gebruikte informatiesystemen te vervangen of uit te besteden overeenkomstig het gekozen veranderpad binnen de bedrijfsfunctie.

Het verbinden van bedrijfsfuncties gebeurt door het beschrijven van processen. Op dezelfde manier worden applicatieve functies aan elkaar verbonden met informatiestromen (gegevensuitwisseling). Zowel de processen als de gegevensuitwisseling komen aan bod in een volgende versie van de VeRA.